WJD

Wij weten het allemaal: niet handsfree bedienen van een mobiele telefoon is verboden. Natuurlijk houdt iedereen zich hieraan. Maar stel dat u een heel belangrijk telefoontje verwacht of een belangrijk bericht. En laten we eerlijk zijn, het kost maar een tel om een bericht te openen en te bekijken. Kan in ons geval echt geen kwaad en we houden het verkeer goed in de gaten. En dan u bent echt niet alleen. Zo zegt 71,5 procent van alle weggebruikers weleens de telefoon te gebruiken in het verkeer. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Dit is bijna drie procentpunt meer dan in 2019, toen het onderzoek voor het laatst werd uitgevoerd.

Maar inmiddels is iedereen er ook van overtuigd dat het gebruik van een mobiele telefoon- ook handsfree- de verkeersveiligheid niet ten goede komt. Een goed advies is dan ook om het gebruik te vermijden, als dat enigszins mogelijk is. Maar hoe zit dat nu eigenlijk juridisch?

Feit of fabel: Rijden in de auto met een mobiele telefoon los op de schoot is verboden. Het maakt daarbij niet uit of er getelefoneerd wordt of niet.

Wat zegt de wet?

Om de vraag of het hebben van een mobiele telefoon op schoot tijdens het rijden wel of niet is toegestaan te kunnen beantwoorden, moeten we eerst kijken naar wat de wet hier over aangeeft. Er is een specifiek artikel in het Reglement Verkeerstekens en Verkeerstekens (RVV) gewijd aan het gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur in het verkeer, waaronder een mobiele telefoon. In artikel 61a wordt vermeld dat het de bestuurder van een voertuig verboden is een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden.

Wat in de wettekst opvalt is dat het niet uitsluitend gaat om telefoons maar dat ook het vasthouden van bijvoorbeeld een tablet ook verboden is. Met andere woorden, dit artikel heeft niet alleen betrekking op mobiele telefoons. Daarnaast valt op dat het artikel niet rept over het gebruik. Dat doet niet ter zake. De term waar dit verbodsartikel om draait is ‘vasthouden’. Niet alleen telefoneren, maar ook het verzenden of ontvangen van SMS -berichten of Apps, waarbij het toestel (of apparaat) wordt vastgehouden is verboden. Om te bepalen of het rijden met een mobiele telefoon op schoot een overtreding van de wet oplevert, is het van belang om de term ’vasthouden’ nader te omschrijven.

Een voorbeeld uit de praktijk

Tijdens een verkeerscontrole zag een politieambtenaar een automobilist veelvuldig naar beneden kijken in plaats van naar de weg. Daarnaast was zijn snelheid veel lager dan die van het andere verkeer. De politieman hield de auto staande en zag dat er een mobiele telefoon op de bijrijdersstoel lag. Toen de betreffende bestuurder hierop werd aangesproken, verklaarde deze dat hij de mobiele telefoon op zijn knie had gelegd en deze niet had vastgehouden. De politieambtenaar was van mening dat de betrokken bestuurder de telefoon had vastgehouden en schreef een bekeuring uit. De bestuurder was het hier niet mee eens. In eerste instantie werd de bestuurder veroordeeld om de boete te betalen. De bestuurder tekende hiertegen hoger beroep aan en het Hof Leeuwarden moest zich hierover uitspreken. Los van de vraag of de bestuurder de telefoon nu wel of niet in zijn hand had gehouden, deed het Hof uitspraak over de vraag of het los in de schoot of op de knie liggen van een mobiele telefoon, wel of niet kan worden beschouwd als ‘vasthouden’. In dit geval oordeelde men dat het los in de schoot hebben liggen, niet kan worden gelijkgesteld met vasthouden.

Wat wordt verstaan onder ‘vasthouden’?

In het verleden hebben zich een aantal andere rechtszaken afgespeeld, waaruit opgemaakt kan worden wat in ieder geval wel onder ‘vasthouden’ moet worden verstaan:

  • De telefoon wordt in een hand gehouden;
  • De telefoon is aan de pols bevestigd;
  • De telefoon is geklemd tussen het hoofd en een hoofddoek;
  • De telefoon is geklemd tussen hoofd en schouder;
  • De telefoon is met klittenband op de schouder bevestigd;

Bij genoemde voorbeelden geldt dat het er niet toe doet of er daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van het toestel om van een overtreding te kunnen spreken.

Conclusie

Wat in genoemde voorbeelden opvalt is dat de bestuurder zelf of een op de bestuurder bevestigd hulpmiddel een rol speelt, wanneer het om de vraag gaat of er kan worden gesproken van vasthouden. Het is dan ook niet ondenkbaar dat een telefoon die tussen de knieën geklemd wordt wel als ‘vasthouden’ wordt beschouwd. Het eerste deel van de stelling ’Rijden in de auto met een mobiele telefoon los op de schoot is verboden.’ Is een fabel. Het tweede deel: ‘Het maakt daarbij niet uit of er getelefoneerd wordt of niet.’ kan worden beschouwd als feit.

Overigens is nog het vermelden waard dat het moet gaan om het vasthouden tijdens het rijden. Als u stilstaat voor een rood verkeerslicht mag u uw mobiele telefoon of tablet wel vasthouden. Zodra u begint te rijden niet meer.

Ons gezonde verstand zegt dat het verstandig is ons tijdens het rijden niet te laten afleiden. Het verkeer vereist onze volledige aandacht. Dat blijft het beste advies.

 

Bron: de Vereende