Is er aan de prevetie-eisen voldaan?

Adviseur hoeft niet zelf te controleren of aan preventie-eisen is voldaan

Een adviseur hoeft niet de best denkbare prestatie te leveren voor zijn klant, maar wel een goede prestatie. Dat stelt het gerechtshof in Den Haag naar aanleiding van een zaak over een Turks restaurant waar in strijd met een geldende clausule op de brandpolis de afvalcontainer te dicht bij het pand was gezet. Of de adviseur dat wist of niet, blijft in het midden; door een vinkje op een formulier is aangetoond dat de uitbater van de clausule op de hoogte was.

Alibaba Dönerland is een Turks restaurant in Heerhugowaard, gedreven door moeder en zoon. Via een adviseur hebben zij vanaf begin 2016 een brand-, bedrijfsschade- en aansprakelijkheidsverzekering gesloten bij Delta Lloyd. Zoals te doen gebruikelijk worden de polisbladen toegestuurd, waaruit onder meer blijkt dat op de brandverzekering horecaclausule C1040 van toepassing is. De adviseur bespreekt de polisbladen met de eigenares.

Extra eisen

Een jaar later vraagt de vrouw of ook de inventaris van de garage meeverzekerd kan worden op de al bestaande verzekeringspolis. Dat kan; de adviseur meldt die zomer dat de dekking rond is.
Een maand daarvoor heeft Delta Lloyd al laten weten dat de horecaclausule op de brandpolis is gewijzigd. Er zijn extra eisen opgenomen aan afvalverzameling en de beveiliging van de elektrische installatie.

De adviseur heeft dat jaar ook een (ongedateerde) checklist ingevuld waarop onder meer is vermeld dat de verzekerde de polisbladen, polisvoorwaarden, clausulebladen, verzekeringskaarten en inspectierapport heeft ontvangen en dat de inhoud is besproken met de adviseur. De checklist is door de vrouw ondertekend.

Aan eisen voldaan

In oktober vindt op verzoek van de adviseur een NEN-keuring plaats bij Alibaba. Die pakt positief uit: aan de eisen van de brandclausule is voldaan, meldt Delta Lloyd. In november ontvangt de restauranteigenares opnieuw polisbladen met clausules. “Het is belangrijk dat u goed kijkt of de inhoud van de clausules nog past bij uw bedrijfsvoering. En of u (nog) voldoet aan de eventueel gestelde (preventie-)eisen. Neemt u bij twijfel contact op met uw verzekeringsadviseur”, schrijft Delta Lloyd.

Geen vijf meter afstand

Een jaar later, de nacht na Kerst, ontstaat brand in een afvalcontainer aan de achterkant van het pand. De brand slaat over naar het restaurant, met schade aan pand en inventaris van ruim € 155.000 tot gevolg. Tot april 2019 blijft het pand dicht.

Delta Lloyds rechtsopvolger NN stuurt Dekra om een expertiserapport op te stellen. Conclusie: er is brand gesticht in de vuilcontainer. NN wijst de schade af: de afvalcontainer is namelijk in strijd met de horecaclausule niet minimaal vijf meter uit de gevel gezet.

De adviseur laat weten dat hij in 2017 bij het doornemen van de checklist heeft begrepen dat de container na sluitingstijd verder weg wordt gezet, wordt verankerd en op slot wordt gedaan. “Omdat ze daarmee voldeed aan de eisen hebben we er geen melding van gemaakt bij verzekeraar.”

Vijf meter was niet haalbaar

Eind januari schrijft de door Alibaba ingeschakelde advocaat een brief aan Delta Lloyds rechtsopvolger NN: de schade moet worden betaald. Reden: de container kon niet verder dan een kleine vier meter van het pand worden gezet – onder meer vanwege een gemeentelijke verbod om containers op de openbare weg te plaatsen – en was niet afgesloten omdat de container de volgende ochtend geleegd zou worden. Afwijzing van de schade is niet proportioneel en billijk. Bovendien had de verzekerde actief moeten worden geïnformeerd over het tussentijds opnemen van de clausule, aldus de raadsman.

Maar NN houdt voet bij stuk en de advocaat richt zijn pijlen vervolgens ook op de adviseur. Ondertussen sluit Alibaba – tegen ongeveer dezelfde premie – een nieuwe polis met een zachte uitsluiting die voorziet in een eigen risico als brandbare materialen niet binnen een afstand van tien meter van het band zijn geplaatst.

Rechtbank: niet voldoen aan clausule niet gemeld

Voor de rechter eist Alibaba betaling van de schade door NN en, als dat niet wordt toegewezen, door de adviseur. De rechter ziet geen reden om alsnog vergoeding van de schade toe te kennen. Op de ondertekende checklist is immers aangegeven dat de verzekerde bekend was met het clausuleblad. Alibaba heeft niet gemeld dat er niet aan de clausule voldaan kon worden. Dat de adviseur ter plekke was geweest en had gezien dat de vuilcontainer te dicht bij het pand stond, speelt geen rol: dat was steeds overdag.

Getekend is gelezen

Bij het gerechtshof eist Alibaba alleen van de adviseur een vergoeding – die eis is verlaagd tot een ton.

Volgens de eigenares heeft de adviseur toen hij met zijn dochter een bezoek bracht aan het restaurant in 2017 alleen over een glasschade en de inventaris van de garage besproken. Van een handtekening weet ze niets. Maar de adviseur weet nog dat ze samen de situatie rond de afvalcontainer hebben bekeken. Bovendien is de checklist opgesteld en getekend na juni 2017 en voor oktober 2017 – dus na het ontvangen van de clausules.

Het hof vindt dat Alibaba de stelling niet genoeg heeft onderbouwd. Vaststaat dat de checklist is ondertekend, onder meer door een verklaring van de advocaat van de restauranteigenares dat “zij het inventarisatieformulier moest ondertekenen zodat [de adviseur] dingen voor haar kon gaan doen als tussenpersoon”. Omdat op de veelbesproken checklist staat aangegeven dat ook de clausule is besproken, gaat het hof ervan uit dat dat ook is gebeurd. Er is onvoldoende bewijs voor het tegendeel.

Andere polis regelen?

Maar had de adviseur dan een andere verzekering moeten regelen – of afwijkende afspraken moeten maken – toen hij wist dat de afvalcontainer te dicht bij het pand stond?

Het hof wijst in de deze week gepubliceerde uitspraak naar de bekende maatstaf voor het beoordelen van de beroepsaansprakelijkheid van een assurantietussenpersoon: “de zorg die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht”. Daar voegt het echter nog iets aan toe: “Dit betekent het niet de vraag is of [de adviseur] de best denkbare prestatie heeft geleverd, maar dat de lat lager ligt (een goede prestatie). Daarbij geldt dat de zorgplicht van een assurantietussenpersoon in beginsel niet zo ver reikt dat hij dient te controleren of een verzekerde in een situatie als de onderhavige (waarbij van een verzekeringnemer iedere dag opnieuw wordt gevergd dat hij de vuilcontainer op de juiste manier neerzet) steeds aan de preventie-eisen voldoet.” De adviseur mocht dus afgaan op de mededelingen van de verzekerde.

Vinger aan de pols is nog beter

De adviseur had het wel beter kunnen doen, voeg het hof eraan toe: “Het zou [de adviseur] hebben gesierd als hij vinger aan de pols had gehouden nadat hij in juli 2017 had gezien dat de container te dicht bij de gevel stond. Maar dat hij dit heeft nagelaten kwalificeert – gegeven de bovengenoemde maatstaf – niet als een tekortkoming.” De adviseur wist evenmin van een gemeentelijk verbod om de container op de openbare weg te plaatsen. “[De adviseur] is een landelijk opererende tussenpersoon, van hem kan in redelijkheid niet worden verwacht dat hij van de gevolgen van het vigerende gemeentelijk beleid voor zijn verzekerden op de hoogte is.”